De mythe van de vetverbranding
February 25, 2010 by wim DD
De LSD trainingsvorm ( Long Slow Distance) is heel populair momenteel bij sporters die proberen hun wintervacht en bijhorende kilo’s af te werpen. In deze zone ligt het aandeel vetverbranding immers het grootste. Doch zie ik liever NIET in deze zone trainen. Atleten die heel veel uren trainen dienen wekelijks LSD kilometers in hun schema in te lassen om overtraindheid te voorkomen. Atleten die niet zoveel trainen hoeven dit niet te doen.
Onderstaande grafiek leert ons dat de gulden middenweg het productiefst is. Deze atleet verbrand op een uurtje het meest vet ( 300 kcal ) aan een hartslag van 140, niet tegenstaande hij aan die intensiteit slechts 37,5 % van zijn energie uit vet haalt tegenover 50% bij een hartslag van 120 ( 250 kcal ). Het percentage tussen haakjes is het aandeel vetverbranding aan die trainingsintensiteit

Bovendien ligt het trainingseffect of de pure conditieopbouw een pak hoger aan deze iets hogere hartslag en slaat men twee vliegen in één klap, men verbrandt vet EN verhoogt de conditie.
Noot : Men kan het aandeel dat van vetverbranding komt wel degelijk trainen. Sedentairen gaan zelfs op een lage hartslag een groot deel van hun energie uit CHO halen. Atleten die steeds zeer hard trainen hebben dit ook. De diesels of zuinige atleten zijn dikwijls die met de grootste basis of diegene die heel veel aëroob of extensief trainen.





