Afgelopen weekend ging onze tweede lactaattestdag door. Op twee weekends tijd hebben we zo een 30 tal atleten getest. Allen legden ze ongeveer hetzelfde parcours af ( 4 x 1600m of 2000m steeds sneller gevolgd door een 600 voluit ).
Primus in deze laatste weerstandstest was Stefan Woestijnvis ( 1.38), die over een fenomenale natuurlijke weerstand beschikt. Of dit in triatlon een zege of een vloek is zijn we nog niet uit ….
Vroeger gebruikte men de 2 en de 4 mMol grens om de trainingsintensiteiten te bepalen. Daar dit slechts een ruw gemiddelde was, sloeg men de bal nogal eens mis. Nu zet men de Aërobe grens vast op de eerste stijging in het lactaat. Dit kan 1,3 mMol of 2,8 mMol zijn afhankelijk van persoon tot persoon. Vervolgens telt men daar 1,5 mMol bij en dat is de Anaërobe grens. Dit is bij iedereen zo en veel nauwkeuriger.
Verschillen treden nu op in hoeveel hartslagen of hoeveel snelheid er verschil is tussen beide lijnen. De optimale intensieve trainingszone ligt op 95-100% van je Anaërobe zone. In praktijk komt dit met een 6-10 tal hartslagen overeen. Wanneer het verschil tussen LT en OBLA veel groter is betekent dit dat de atleet een gebrek aan aerobe vermogen heeft.
Trainen net onder de LT gaat ervoor zorgen dat deze grens naar rechts opschuift en zo dicht mogelijk bij je OBLA grens komt te liggen.
Trainen net onder je OBLA gaat ervoor zorgen dat deze grens naar rechts opschuift. Ook je LT schuift heel lichtjes mee naar rechts.
Trainen in de grijze zone op de afbeelding is te intensief voor Extensief te trainen en niet intensief genoeg voor Intensief.
Train ze
Wim
Artikels die U misschien ook interessant vindt :














